Brugge neemt afscheid van Fernand Traen

Brugge neemt afscheid van Fernand Traen

woensdag 29 juni 2016

Vandaag namen we afscheid van Fernand Traen, één van de grootste naoorlogse Brugse politici. Het is voor mij dan ook een eer om mede op zijn vraag het woord te mogen voeren op deze uitvaartplechtigheid. Het past dat de burgemeester van Brugge in naam van de hele stad hulde brengt aan een Brugs monument.

Vooreerst en bovenal wil ik in naam van de stad onze innige deelneming aan de familie betuigen. Een politicus is vooral ook een mens, een partner, een vader en een grootvader. Het leven heeft hem niet gespaard. Lief en leed was zijn deel. We nemen vandaag afscheid van een boegbeeld van de Brugse Zeehaven maar ook van een groot bestuurder van onze stad Brugge.

Op 5 januari 1959 werd Fernand Traen gemeenteraadslid, pas 23 dagen later werd ik geboren. Pas 36 jaar of 6 legislaturen later zat ik letterlijk naast hem. Zijn veelzeggend stilzwijgen is mij steeds bijgebleven. Het politiek kibbelen lag hem niet, politiek besturen des te meer. In 1960 werd hij ook lid van de raad van bestuur van de MBZ en later werd hij voorzitter. En hij bleef voorzitter, ook toen zijn partij niet meer in het college zat.

In alles was Fernand Traen op de eerste plaats een Bruggeling. (Hier staan we tussen de Spanjaardstraat en de Burg.) Hij geloofde sterk in de kracht van onze stad. Als belezen man wist hij dat doorheen de geschiedenis de stabiele politieke instelling de stad (polis)is. Hij had het graag over de gordel of keten van steden die de economische ruggengraat van Europa uitmaakten. Een gordel van oude steden, zelfstandig, actief, bewust en op hun vrijheden gesteld. Hij was ervan overtuigd dat de kleinere Europese stad, met haar burgers, haar eigen gelaat, haar specialisatie en haar combinatie van traditie en de meest moderne technieken ook morgen een werkterrein en een levenskader bieden naar de maat van de mens. Zo was hij ervan overtuigd dat wij allen de kaart van Marcus Gerard goed moeten bestuderen. Eeuwenlang had men gebouwd en verbouwd langs dit natuurlijk gegroeid patroon van straten. Dit middeleeuwse stratenpatroon was de kompas voor alle stadsvernieuwing in het centrum. Hij had het over een fijngevoelige voorzichtigheid. De nieuwe plannen voor ‘t Zand waren hem dan ook zeer genegen, al zou hij nog verder zijn gegaan in het openleggen van de reien.

Zijn invloed op Brugge kan niet onderschat worden. Hij had een visie op onze stad en hij heeft die maximaal doorgedreven. Hij was overigens de eerste –in 1958– die over Brugge en de toekomst schreef. Hij was een politicus met een missie, een visie die hij geregeld in boeken en brochures verwoordde. Na één legislatuur werd Fernand schepen, bevoegd voor cultuur en toerisme. Niet toevallig, want nog voor dat hij de politiek in ging, was hij één van de medeoprichters van de groep Raaklijn. Zijn speech bij een eerste activiteit klinkt als een basismanifest van zijn aanpak. Dat Brugge een stad met een rijke geschiedenis is, komt ook door de Bruggelingen, die in het verleden steeds nieuwe dingen deden. Oude kunst wordt maar oud omdat het ooit jong was. De confrontatie van moderne kunst in een historisch kader stond dan ook meer dan symbool voor wat hij wou: de geschiedenis zelf mee-maken, in alle betekenissen van het woord. Zo is de gedachte om moderne kunst in een oud kader te brengen geboren. Als symbool van leven in een historische stad, als symbool van verder schrijven aan de geschiedenis. De Triënnale, die hij als schepen van cultuur zou lanceren, was toen al in de kiem aanwezig. Wat hij toen in de Brugse Hallen presteerde, zetten wij nu in de Brugse binnenstad verder.

Fernand Traen was degene die cultuur en toerisme met elkaar verbond. Ook op dit vlak was zijn visie duidelijk: de hele binnenstad is een monument, niet enkel de toeristische straten moeten schoon zijn, ook de gewone woonstraten. Het schone is in de hele binnenstad belangrijk. Ook daarover had hij een brochure (zeg maar een boekje) geschreven. De geschiedenis moest gemaakt en beschreven worden. Lezen vond hij belangrijk. Hij wou dat iedere Bruggeling de geschiedenis van Brugge kent. Een bibliotheek was dan ook belangrijk: ze biedt een maximaal aantal mensen de kans om te lezen. De bibliotheek was er echter ook om de originele boeken uit het verleden te bewaren. Oude boeken in hun oude vorm vertelden hun eigen verhaal. De bibliotheek was een open archief van alles wat ooit (in Brugge) gelezen en geschreven werd. De Biekorf was niet enkel een nieuw gebouw, maar ook een rijkdom aan nieuwe én oude boeken.

Op het vlak van cultuur, toerisme, stadsontwikkeling heeft Fernand Traen een onuitwisbare stempel op Brugge gedrukt. Toch zal hij wellicht in de eerste plaats de geschiedenis ingaan als de man die 25 jaar lang aan het hoofd van Zeebrugge, de zeehaven van Brugge heeft gestaan. Hij heeft de haven uitgebouwd tot een Europese wereldspeler. Maar ook dit was niet louter een verhaal van tonnen en containers. Ook hier wou hij de geschiedenis van Brugge verder schrijven en nam de eeuwenoude draad tussen Brugge en de zee opnieuw op. Ridder Fernand Traen heeft mee de morele en materiële basis gelegd voor de toekomst van Brugge. Hij verdient zijn plaats in het grote Brugse geschiedenisboek. Aan ons en de volgende generaties om het te lezen en het te onthouden.

Vandaag betreuren we het overlijden van de mens Fernand Traen, maar de figuur Fernand Traen zal blijven bestaan. Beste Fernand, in naam van de stad en in naam van mezelf wens ik u – waar ook naar toe - een goede vaart.

Renaat Landuyt, Burgemeester van Brugge, Brugge, 29 juni 2016.